Vind de juiste 'kruiden'match

Houd je van verse kruidenboter, muntthee of zelfgemaakte pesto? Goed nieuws: je hebt geen groene vingers nodig om je eigen kruiden te kweken. Ze groeien makkelijk in de tuin, op het balkon of gewoon op de vensterbank en geven zonder veel moeite een heerlijke smaak aan je gerechten.

Wil je dat ze echt optimaal groeien, dan zijn er een paar belangrijke factoren om rekening mee te houden.

De drie kruidentuinen

Voordat je begint, is het handig om te bepalen waar je je kruiden wilt plaatsen. Komen ze in de tuin of op het terras? Krijgen ze binnen een plekje op de vensterbank of op het aanrecht? Heb je weinig ruimte en werk je met potten of een (verhoogde) plantenbak? Alles kan, zolang je de juiste kruiden voor de plek kiest. Een plek met deels zon, deels schaduw biedt meestal de meeste mogelijkheden.

Je kunt starten met zaad of voorgekweekte plantjes halen. Kies je voor zaden, laat ze dan eerst binnen kiemen en wees geduldig: het kan enkele weken duren voordat de eerste sprietjes boven de grond verschijnen. Gebruik BIO kruidenpotgrond voor het verpotten en oppotten van allerlei kruiden en het verspenen van jonge planten.

1. Mediterrane kruidentuin

Deze kruidentuin wordt gekenmerkt door zonnekloppers zoals basilicum, tijm en rozemarijn. Het zijn kruiden die houden van een zonnige, warme standplaats met een droge, licht zanderige bodem.

Om dit te bekomen kan je de grond mengen met een flinke portie zand zodat er een optimale waterafvoer ontstaat. Enkel oregano en basilicum geven de voorkeur aan een losse, voedingsrijke bodem met wat extra compost.

Deze kruiden zijn een match:

  • Rozemarijn: houtachtig kruid met naaldvormige blaadjes, heerlijk bij vlees en aardappelen.
  • Tijm: aromatisch kruid dat goed past bij stoofschotels, vlees en groenten.
  • Oregano: veelgebruikt in pasta’s, pizza’s en tomatensauzen.
  • Basilicum: zacht en geurend, perfect voor pesto en salades.
  • Salie: sterke smaak, ideaal bij vlees en gevogelte.
  • Marjolein: lijkt op oregano, maar iets milder van smaak.
  • Lavendel: vaak in kleine hoeveelheden gebruikt voor smaak of geur, ook in Provençaalse gerechten.

2. Schaduwrijke kruidentuin

Niet alle kruiden houden van de volle zon. Sommige gedijen juist goed in de schaduw of met slechts een beetje zon, zoals peterselie, dille, kervel en bieslook. Kies een plek met een voedselrijke, humusrijke bodem die goed waterdoorlatend is. Zorg dat de bodem niet constant nat blijft, want dan kunnen de wortels gaan rotten. Geef water pas wanneer de grond droog en kruimelig aanvoelt.

Deze kruiden zijn een match: 

  • Peterselie: groeit prima in halfschaduw en geeft frisse blaadjes voor salades, soepen en sauzen.
  • Dille: verdraagt wat schaduw, ideaal voor visgerechten en pickles.
  • Kervel: houdt van koelte en schaduw, heerlijk in salades, soep en omeletten.
  • Bieslook: groeit goed in halfschaduw, perfect voor kruidenboter, eiergerechten en dips.
  • Munt: kan goed in schaduw, maar verspreidt zich snel; ideaal voor thee of desserts.
  • Lavas (maggikruid): groeit goed in schaduwrijke hoeken en is lekker in soepen en stoofschotels.
  • Citroenmelisse: verdraagt halfschaduw, heerlijk voor thee en salades.
 

3. Bosrijke kruidentuin

Kruiden in een bosrijke kruidentuin houden van een omgeving met licht kalk- en humusrijke grond die goed vochtig blijft. Voorbeelden zijn daslook en lievebedstro, die graag onder sierheesters of loofbomen groeien.

Een klein beetje zon is genoeg; de schaduw en voedzame bodem zorgen voor de rest, zodat deze kruiden gezond en weelderig kunnen groeien.

Deze kruiden zijn een match: 

  • Daslook (Allium ursinum): bosachtig kruid met knoflooksmaak, goed onder bomen.
  • Lievevrouwebedstro: aromatisch kruid, vaak gebruikt in desserts en thee.

De buitenbeentjes

Sommige kruiden, zoals munt, groeien het liefst alleen en kunnen andere kruiden snel overwoekeren. Geef ze daarom een apart plekje in een mooie bloempot of gebruik een worteldoek. Ook grote engelwortel, lavas en alsem doen het het beste op zichzelf. Citroenmelisse daarentegen kan bijna overal tussen worden geplant en past goed bij de meeste andere kruiden.

Interessante tips

  • Goede drainage: kruiden in potten of bakken hebben een goed doorlatende bodem nodig. Laat water niet ophopen en voorzie een drainagelaag met hydrokorrels of boor drainagegaten in de pot.
  • Met mate water geven: te veel water is gevaarlijker dan te weinig. Verdrinking is de grootste oorzaak dat kruiden afsterven.
  • Bewater de aarde, niet de plant: besprenkel alleen de aarde en niet de bladeren. Zo verklein je de kans op schimmels en verbrande bladeren bij fel zonlicht.
  • Juiste potgrond en meststof: niet elke kruidensoort heeft dezelfde voedingsbehoefte. Kies een geschikte bodem en meststof voor optimale groei.
  • Eén- en tweejarigen apart planten: verplanten kan de wortels beschadigen. Geef elke plant voldoende ruimte of plant ze apart.
  • Stem planten af op hun plek: als je een plekje op het terras vrij hebt, kies dan kruiden die blij zijn met dezelfde standplaats en groeiomstandigheden, zodat alle soorten optimaal kunnen gedijen.